column

Sufficient Force

In de tentoonstelling Sufficient Force toont het Kröller-Müller Museum Amerikaanse kunst uit de jaren zestig. Een inmiddels legendarisch tijdvak. Koelkast, wasmachine, televisie en auto doen hun intrede in het huishouden en in het straatbeeld. De ruimterace tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie culmineert in de eerste maanlanding. De rokken worden korter, de haren langer en vrouwen emanciperen in een broekpak en met de pil op zak. Hoogtepunt van de extreme veranderingszucht van het decennium is het jaar 1968, met de massale, in Parijs beginnen studentenprotesten, die zich richten tegen de oude maatschappij en de traditionele normen en waarden. Geen brave tijd. Op de Veluwe, ver van de stadse onrust, toont het Kröller-Müller Museum zich terdege bewust van de tijdgeest. Met een flinke portie lef wordt een heel scala aan volstrekt nieuwe opvattingen, vormen, materialen en technieken in de beeldende kunst het museum binnengebracht. Minimal art en conceptual art, waarin het niet meer gaat om de traditionele uitingen van schoonheid of individuele emoties. Het gaat zelfs niet over kunst, maar over een gedroomde nieuwe samenleving en de plaats van kunst daarin. De aloude waarden van orde, regelmaat, hiërarchie en organisatie hebben geen plaats meer in de nieuwe tijd. Hierbij past een kunst die ook niet hiërarchisch is en die zich hult in een onthutsend simpele beeldtaal: een stel witte ‘dozen’, neonbuizen of een rij kunststof pijpen tegen de muur.
In tegenstelling tot de nieuwe huishoudelijke apparaten uit de jaren zestig is de kunst uit die tijd nog steeds geen gemeengoed. Zoals veel minimale, abstracte kunst komt ze niet als vanzelfsprekend naar je toe. Je moet er wat voor doen. Toch geeft de kunst die nu te zien is in het Kröller-Müller de toeschouwer alle ruimte. Helemaal in overeenstemming met het niet-hiërarchische denken wil de kunstenaar hier niet alles bepalend zijn. Het kunstwerk heeft niet één vooraf vastgesteld beeld, maar een steeds wisselend aanzien, bepaald door het standpunt en beweging van de toeschouwer. Diamond mind II van Bruce Nauman, bijna eenzaam liggend in de grote beeldenzaal van het museum, zet de voeten en de hersens van de bezoeker in beweging. Hij mag zich vrij bewegen tussen de twaalf ruitvormige zandstenen blokken, op de vloer gelegd in concentrische cirkels. Er ontstaat een visueel spel, waarin de ruitvormen voor het oog veranderen in kubussen en weer terug. Lijkt dit misschien op een praktische oefening in de geometrie, er komt poëzie met de notities die Nauman het werk meegaf: Circle of Tears. Fallen all around me. Fallen Mind. Mindless Tears. Cut like a Diamond. Je blijft rondjes lopen.

Lisette Pelsers
November 2014