Het Kröller-Müller Museum is het levenswerk van Helene Kröller-Müller. Tussen 1907 en 1922 koopt zij samen met haar man Anton Kröller bijna 11.500 kunstwerken aan. Daarmee is haar verzameling een van de grootste privécollecties van de 20ste eeuw.

Het museum

Helene droomt van een eigen ‘museumhuis’, waar ze haar liefde voor moderne kunst met iedereen kan delen. Ze ziet haar droom werkelijkheid worden wanneer in 1938 het Kröller-Müller Museum zijn deuren opent. Het ontwerp is van de Belgische architect Henry van de Velde. In de jaren 70 wordt er een vleugel aangebouwd, ontworpen door de Nederlandse architect Wim Quist.

De beeldentuin

In 1961 opent de beeldentuin, ontworpen door prof. Jan Bijhouwer, met werken van onder anderen Auguste Rodin, Henry Moore en Barbara Hepworth. De beeldentuin groeit uit tot een van de grootste van Europa, met ruim 160 sculpturen van beeldbepalende kunstenaars. In 1995 en 2005 krijgen twee juweeltjes uit de jaren 60 een definitieve plaats in de tuin: de paviljoens van respectievelijk Gerrit Rietveld en Aldo van Eyck.