Achtergrond
Christo  is vooral bekend om zijn ingepakte gebouwen, zoals de Pont Neuf in Parijs en de Rijksdag in Berlijn, maar hij maakte ook installaties van verpakkingsmaterialen, zoals olievaten. Hiermee wilde hij de aandacht vestigen op de schoonheid van zoiets banaals als gestapelde olievaten. Het alledaagse werd kunst.

In 1968 maakte Christo een stapeling van 56 ongeverfde, gebruikte olievaten voor de binnenplaats van het huis van de Nederlandse verzamelaars Martin en Mia Visser in Bergeijk. Voordat het werk naar Bergeijk ging werd het in het voorjaar van 1968 getoond vóór het van Abbemuseum in het kader van de tentoonstelling Three Blind Mice, waar werken uit de collecties Visser, Peeters en Becht werden getoond.  

In 1977 schonken de Vissers het werk aan het Kröller-Müller Museum. Sindsdien staat het in de beeldentuin van het museum op een door Christo zelf gekozen plek. 56 Barrels is zijn enige buitenwerk met vaten dat bedoeld is om permanent te zijn en dat te bezichtigen is door het publiek.

Voorwaarde voor de schenking was dat het werk gerestaureerd zou worden. In nauwe samenwerking met Christo werden de oorspronkelijke vaten vervangen door nieuwe, ditmaal geverfd in verschillende kleuren.

In de loop van de jaren heeft het oppervlak van de vaten veel te lijden gehad van weer en wind. Ondanks regelmatig onderhoud en reiniging moest daarom in 1990 een deel van de vaten vervangen worden en werden nieuwe verflagen aangebracht



Huidige conditie
Inmiddels is het dertig jaar later en is de staat van het kunstwerk opnieuw zo dat een uitgebreide restauratie noodzakelijk is. Zowel de vaten als de sokkel zijn in slechte conditie. Er zijn constructieve problemen, er is schade aan verf en coating en de vaten hebben ernstige corrosie.  

De sokkel is verzakt door problemen met de constructie en de drainage en is niet langer een stabiele basis voor het werk. Het zand waarmee de sokkel is gevuld, is deels weggespoeld, waardoor het middelste deel van het werk is ingezakt. Hierdoor leunen de vaten onooglijk tegen elkaar aan. Er zijn grote scheuren in het beton te zien.

Het oppervlak van de vaten is op een aantal plaatsen zwaar beschadigd. Er is veel schaafschade en er zitten diepe krassen in de verf. Een groot deel van de bovenste verflaag bladdert af, vooral op de rode vaten. De corrosie van het metaal heeft ook geleid tot beschadiging van de verflagen.

Op het bovenvlak van de vaten en vooral op de contactpunten tussen de verschillende onderdelen, bijvoorbeeld onder de ringen rond de vaten en in de doppen, is roestvorming ontstaan. De oranje vaten zijn het meest problematisch. De verflaag is daar voor ongeveer een derde verdwenen en het oppervlak is mat geworden.

Om de conditie van 56 Barrels volledig in zicht te krijgen, moet de hele constructie worden gedemonteerd. Er moet onder meer worden nagegaan of er water in de vaten sijpelt. Hoewel de schade aan de binnenkant wel min of meer in te schatten is, kan deze pas na demontage precies worden vastgesteld.  

Dossieronderzoek
Voorafgaand aan de restauratie is uitgebreid dossieronderzoek gedaan om de maak- en restauratiegeschiedenis van het werk in kaart te brengen.

De totstandkoming van de tweede versie van 56 Barrels, waarbij de oorspronkelijke, ongekleurde vaten werden vervangen door geverfde versies, gebeurde in samenspraak met Christo. Het vervangen en beschilderen van de vaten lijkt dus niet tegen zijn bedoeling in te gaan. Het type vaten (grootte en vorm) en de kleuren werden destijds door hem bepaald. Het ligt dan ook voor de hand om voor de aankomende restauratie de versie van het werk uit 1977 als uitgangspunt te nemen. Dat betekent dat de vaten en verflagen er niet gebruikt en roestig mogen uitzien omdat ze in 1977 nieuw waren.

Vervolg
De volgende stap is nu het demonteren van de vatenstapeling, zodat de binnenzijde van het werk bekeken kan worden. Er moet materiaalonderzoek worden gedaan, zoals het maken van dwarsdoorsneden om verfmonsters te kunnen analyseren. Dit levert naar verwachting informatie op over de samenstelling van de (oorspronkelijke) verf. Ook het maken van de juiste keuzes van nieuwe, duurzame materialen en beschermlagen vergt onderzoek. Een interview met personen die bij de realisering van 56 Barrels in 1977 betrokken zijn geweest, kan extra informatie verschaffen. Afhankelijk van de uitkomst van deze onderzoeken wordt de restauratie-aanpak bepaald.

Afhankelijk van de resultaten van de materiaalanalyse en de uiteindelijke besluitvorming, neemt de restauratie naar verwachting acht tot twaalf maanden in beslag.

Voor de sokkel en de fundering zal worden gekozen voor weerbestendige materialen. Doordat de fundering wordt vervangen en verdiept, worden de afwateringsproblemen opgelost en wordt de stabiliteit van de sokkel gewaarborgd.

Voor de vaten is het streven om de nog aanwezige oorspronkelijke materialen uit 1977 te behouden. De behandeling zal bestaan uit het verwijderen van de corrosie, het consolideren van de oorspronkelijke verflagen, het vernieuwen van beschadigde verflagen en het retoucheren van lacunes. Voor delen die niet meer te herstellen zijn zullen nieuwe olievaten moeten worden gebruikt. Door het gebruik van nieuwe beschermende coatings en schildertechnieken zal het weer minder invloed hebben op het werk. Ook het onderhoud wordt hierdoor effectiever en efficiënter.

Fasering restauratie
Fase 1 (januari-maart 2023)

  • Planning, registratie en documentatie.
  • Demontage, onderzoek staat binnenzijde.
  • Wijze van restauratie bepalen.


Fase 2 (april-juli 2023)

  • Verwijdering oude sokkel.
  • Contact met gespecialiseerde bedrijven.
  • Onderzoek naar geschikte materialen et cetera.
  • Aanschaf nieuwe vaten.
  • Onderzoek geschiktheid klemmen.


Fase 3 (augustus-oktober 2023)

  • Constructie nieuwe sokkel.
  • Aanvullen / reconstrueren.
  • Corrosiebescherming en retouchering.
  • Laten spuiten nieuwe vaten.

De totale kosten van de restauratie worden begroot op € 40.100.