‘Sculpto-peintures’

Alexander Archipenko onderzoekt in de eerste jaren van zijn kunstenaarschap vooral de plastische mogelijkheden van het beeld en de werking van hol en bol, open en gesloten. Daarvoor gebruikt hij een grote verscheidenheid aan materialen, zoals hout, glas, gips, metaal en papier-maché. Vaak beschildert hij zijn beelden, die hij dan ‘sculpto-peintures’ noemt.

Geometrische vormen

Na een studie in Kiev en Moskou vertrekt Archipenko in 1908 naar Parijs. Daar studeert hij aan de Ecole des Beaux-Arts, maar hij ontwikkelt zich vooral door kunstwerken te bestuderen in het Louvre. Onder invloed van de Egyptische kunst en de primitieve Afrikaanse beeldhouwkunst maakt hij in die tijd beelden met sterk gereduceerde, geometrische vormen, in combinatie met harmonische, vloeiende lijnen.

Gracieus

In deze Torso benadrukt hij de elegantie van het vrouwelijk lichaam. De benen en het onderlichaam zijn buiten proportie verlengd ten opzichte van het bovenlichaam. Door een extreme draaiing rond de as van het lichaam en de plaatsing van het ene been voor het andere, ontstaat een zeer gracieus beeld.