Joseph Mendes da Costa, Twee slapende apen, 1908Plant- en diermotieven

Vooral Mendes da Costa was onuitputtelijk in het maken van kleine voorwerpen met plant- en diermotieven, vaak ook nog met een praktisch doel, zoals bloembakken, bloempotten, schotels, spaarpotten, bekers, asbakken, kandelaars en vaasjes. Zijn bedoeling was om het huisraad en daarmee de hele huishouding mooier te maken. Deze twee aapjes, die innig verstrengeld liggen te slapen, hadden geen praktisch nut. Ze zijn gemaakt als decoratief ‘strooigoed’ voor het interieur, voor op een bureau, een tafel of een schoorsteenmantel. Tien tegen een dat Helene zelf, of een van haar kleinkinderen, de aandoenlijke beestjes weleens heeft geaaid. Helaas zijn ze ook aandoenlijk om mee te nemen, dus in het museum worden ze noodzakelijkerwijs buiten handbereik getoond. Hierdoor verliezen ze onvermijdelijk iets van hun oorspronkelijke aantrekkingskracht.

Dierentuinen

De Amsterdammer Mendes da Costa werkte veel in Artis, de enige plek waar hij apen en andere ‘wilde’ dieren in het echt kon zien. Artis, opgericht in 1838, was de eerste stadsdierentuin van Nederland. Stadsdierentuinen waren, net als stadsparken, theaters en concertzalen, een typisch product van de stedelijke, burgerlijke samenleving. Ze verschenen in de 19de eeuw overal in Europa. Zo ontstond, mede dankzij de stadsdierentuin, een nieuw genre in de beeldhouwkunst: dat van de dierfiguur. Dat gebeurde voor het eerst in Frankrijk, waar romantische dierbeeldhouwers, de animaliers, het wilde dier in al zijn kracht en vaak in bloeddorstige scènes weergaven. Dit geweld is aan Nederland voorbijgegaan. De diersculpturen van Mendes en zijn collega’s verbeelden onschuldiger wilde dieren zoals herten of het zijn, zoals de twee aapjes, echte dierentuindieren. Juist daardoor staan ze misschien dichter bij ons en doen ze, ook in een vitrine, met succes een beroep op ons gevoel.


Lisette Pelsers
September 2012