Geloof, hoop en liefde
De Kröller-Müllercollectie telt 88 schilderijen van Vincent van Gogh en is grotendeels tussen 1908 en 1930 bijeengebracht door de grondlegger van het museum, Helene Kröller-Müller. In de tentoonstelling worden alle schilderijen getoond aan de hand van de drie goddelijke deugden geloof, hoop en liefde. Deze drie thema’s spelen een hoofdrol in Van Goghs leven en werk. Hij zoekt naar een kunstvorm die voortkomt uit zijn persoonlijke worstelingen. Daarmee hoopt hij anderen troost en hoop te bieden.
Van prediker naar kunstenaar
Vincent van Gogh noemt de drie deugden in de eerste preek die hij als theologie student houdt op zondag 29 oktober 1876 in de Wesleyan Methodist Church in Richmond. Al snel eindigt Van Goghs carrière als prediker en kiest hij op aanraden van zijn broer Theo voor het kunstenaarschap. Van Gogh blijft de waarden trouw, maar brengt ze voortaan tot uiting via zijn kunst. Daarmee wil hij mensen op een andere manier verlichting bieden.
‘Maar om wedergeboren te worden tot het eeuwige leven, tot het leven van geloof, hoop en liefde […]’
Vincents blik op de wereld
Van Gogh werkt een tijd als loopjongen bij de internationale kunsthandel van zijn oom, Goupil & Cie. Daardoor heeft hij een brede kennis van de kunstgeschiedenis. Hij is zich sterk bewust van de invloed die kunst heeft, niet alleen op het heden maar ook op de toekomst. Hij bewondert kunstenaars die het vermogen hebben om alledaagse gebeurtenissen en de wereld om hun heen – de mens en de natuur – te verbeelden. Hoe zij persoonlijke reflecties omzetten in kunst vol symboliek en betekenis. Dit inspireert Van Gogh in zijn eigen missie: via zijn schilderijen deelt hij zijn persoonlijke kijk op het leven. Tegelijkertijd zoekt hij een manier om de wereld te verduidelijken. Zo laat hij zien dat hij een wegbereider van de moderne kunst is.