De mens in de natuur

Begin jaren zeventig maken ze een reeks tekeningen en één serie grote schilderijen van zichzelf: “The Paintings” (with Us in the Nature). In de serie, die bestaat uit zes drieluiken van elk een kleine zeven meter breed, beelden ze zichzelf af in verschillende poses in een weelderig, typisch Engels landschap. Met de imposante schilderijen, die ontstaan in de winter van 1971, kijken de kunstenaars terug op hun verblijf op het platteland in de zomer daarvoor. Ze voorzien het werk ook van een ‘statement’: ‘Gilbert & George zijn verheugd om u hier bij hen te hebben in hun nieuwe, romantische droevige, mooie sculptuur.’ Maar de romantische natuurbeleving wordt hier wel met de nodige ironie benaderd. Met hun poging om een verloren gegaan gevoel op te roepen, leggen de kunstenaars tegelijkertijd de leegheid bloot van het idee van de natuur als een ongerept paradijs: het landschap waarin ze zitten, staan of slenteren is net zo goed door mensenhanden gemaakt als de kerk, de hekwerken en de gemetselde muurtjes die erin zijn te zien.

De mens en de natuur

“The Paintings” (with Us in the Nature) is een populair werk bij het publiek, maar door het grote formaat kan het niet vaak worden getoond. Na zo’n zes jaar is het nu weer terug, vergezeld van enkele sculpturen uit de collectie waarin de complexe relatie tussen mens en natuur op verschillende manieren tot uitdrukking komt. De sculpturen zijn van Giuseppe Penone, Nicholas Pope, Bill Woodrow en Kazuo Kadonaga.

Afbeeldingen: Gilbert & George, "The Paintings" (with Us in the Nature), 1971 - detail; Giuseppe Penone, Sentiero, 1983-1984; Nicholas Pope, Yoo hoo, 1981; Bill Woodrow, Albero e ucello, 1983.