Loes van der HorstIn de jaren vijftig en zestig komt de textielkunst internationaal sterk in de belangstelling te staan. Loes van der Horst (Noordwijk, 1919-Amsterdam 2012) begint in deze periode met het weven van wandkleden. Ze schetst abstracte kleurcomposities, die ze uitvoert in de gobelintechniek, zodat het beeld niet wordt verstoord door de structuur van het weefsel. Aanvankelijk werkt ze met wol, hennep en linnen, maar deze traditionele en ‘huiselijke’ materialen worden na verloop van tijd vervangen door moderne synthetische vezels.Loes van der Horst, Dubolita

Driedimensonaal

In 1973 installeert ze in de tuin van het Kröller-Müller Museum haar eerste driedimensionale werk: een constructie van vier deels over elkaar gespannen zadelvormen van getwijnde netten. Ze noemt het werk Dulobita, ontleend aan de naam van een prehistorisch insect met twee overlappende dekschilden. Dulobita is het begin van een onderzoek naar driedimensionaal werk. Hierin werkt ze de essentie van haar vroegere weefsels, de spanning tussen horizontale en verticale lijnen, verder uit.

Tekeningen

Een lange reeks opdrachten in de openbare ruimte volgt voor monumentale, ruimte-omspannende constructies van gespannen lijnen en vlakken. Daarnaast ontstaan tekeningen op groot formaat en met een grote ruimtelijkheid: met slechts enkele elkaar doorsnijdende lijnen en vlakken weet Loes van der Horst een driedimensionale wereld te suggereren. Ook op het platte vlak is ze een ruimtelijk kunstenaar.

Schenking

In de decennia vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw verwerft het Kröller-Müller Museum een reeks werken op papier van Loes van der Horst. Na haar dood wordt een grote groep tekeningen geschonken door haar beide zoons. Loes van der Horst blijft tot op het laatst van haar lange leven zeer actief. In december 2019 zou ze honderd jaar zijn geworden.

Afbeeldingen: Loes van der Horst, Zonder titel, 2002 / installatie Dulobita, 1973 / Rode vormen 1,1992 / Zonder titel, 1998